De juridische kant van bedrijfs- en merknamen


Op bedrijfsnamen en merknamen kun je het alleenrecht krijgen. Met een sterk beschermde naam is je positie op de markt een stuk steviger. Dit betekent ook dat je met een nieuwe naam op bezwaar kunt stuiten, wanneer andere aanbieders dezelfde of een erop lijkende naam hebben. Vaak is daarom het verstandig om je naam te laten checken vóór je de markt op gaat. Gespecialiseerde juristen weten precies waar ze op moeten letten. Evengoed is het prettig om iets van de juridische achtergrond van merk- en handelsnamen te weten. Op deze pagina praten we je bij.

Een naam als merk en als handelsnaam

Juridisch gezien zijn merknamen en handelsnamen twee heel verschillende dingen. Een handelsnaam is de naam waaronder je je in het economisch verkeer begeeft. Een merknaam is een naam die je gebruikt om je waren of diensten te markeren. Het verwarrende is dat veel handelsnamen ook als merk gebruikt worden. Dat zijn dan twee soorten namen inéén. De twee soorten namen worden ook gereguleerd door twee soorten recht: het merkenrecht en het handelsnamenrecht.

Twee soorten bescherming

Wanneer je met je nieuwe naam de markt op gaat, wil je natuurlijk dat deze beschermd is. Bij een handelsnaam gebeurt dit automatisch. Een inschrijving bij de KvKK is er niet eens voor nodig, je monopolie op de naam onstaat door hem te gebruiken in het handelsverkeer. Een beperking is dat de bescherming alleen geldt voor de locatie waar je actief bent. Café ’t Hoekje in Leiden kan niet optreden tegen een naamgenoot in Amsterdam.
 Dat zou wel kunnen met een geregistreerd merk. Inschrijving bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) geeft je het alleenrecht op een naam in Nederland, België en Luxemburg. Hier zit ook een beperking aan: de inschrijving vindt plaats binnen een bepaalde klasse en je bescherming geldt alleen voor de waren of diensten die je daarbij beschrijft.

Belang voor het bedenken van je naam

Nu komen we op een belangrijk punt voor naamontwikkeling. Om een naam in te kunnen laten schrijven moet hij onderscheidend zijn en mag hij niet puur beschrijvend zijn voor de waren of diensten waar je hem voor deponeert bij het merkenregister. Dat is logisch, want bijvoorbeeld het woord bier moet vrij te gebruiken zijn door alle brouwerijen. Dat kun je dus niet als woordmerk vast laten leggen. Je kunt beschrijvende woorden wel gebruiken in je naam, maar je moet er iets ‘creatiefs’ mee doen. Dat hoeft niet veel te zijn: iPhone bestaat grotendeels uit een beschrijvend woord. Je begrijpt nu de reden waarom merknamen zulke opmerkelijkle taalconstructies zijn. Toen een Apeldoornse apotheker zijn succesvolle Zwitserse zalf wilde beschermen met een merkinschrijving ontdekte hij dat dit niet kon. Hij maakte er toen maar Zwitsal van.
 Er zijn twee manieren om een beschrijvende naam tóch ingeschreven te krijgen. De eerste is door het te combineren met een onderscheidend beeldmerk. Hiermee verkrijg je geen monopolie op de woorden, maar je merkteken als geheel is beschermd tegen namaak. Een tweede manier is ‘inburgering’. Voor een beschrijvende merknaam die heel bekend is geworden, kun je alsnog inschrijving als woordmerk aanvragen. Shampoomerk Head & Shoulders is beschrijvend voor het werkingsgebied, maar door veel reclame een begrip geworden. Nog een alternatief: je kunt een naam ook beschermen door een domeinnaam vast te leggen. Veel succesvole internetbedrijven hebben deze route gevolgd. Maar een hippestoeltjes.nl kan via het merkenrecht niets doen tegen hippestoeltjes.com of hippestoelen.nl.

Mogelijke conflicten

Bij zowel handelsnamen als merknamen geldt dat een oudere naam het wint van een jongere. Wanneer je een naam bedenkt, moet je dus goed checken of hij al wordt gebruikt. Identieke merknamen kun je gemakkelijk opzoeken in het online merkenregister (voor de Benelux: bbie.int). Complicerende factor is dat rechthebbende ook een zaak kunnen hebben bij namen die lijken op de jouwe. Tegen Billybo, een Belgische aanbieder van kinderkleding, werd succesvol geprotesteerd door surfmerk Billabong.